Mannetje

  • Er staat een mannetje voor het raam hij staat te kijken
  • Hij telt de auto’s de bussen en de trams
  • Binnen is het lekker warm en veilig
  • Buiten waait het blaadjes en het plenst
  • En hij wou dat ze dan iets lekkers bij zich had
  • Hij kijkt een beetje sip hij is in gedachten
  • Tot zijn moeder weer terug is uit de stad
  • Er staat een mannetje voor het raam hij staat te wachten
  • Er staat een mannetje voor het raam dat kijkt heel blij
  • Dan wordt hij beetgepakt door een enorme vrouw
  • Die zegt kom jij eens hier bij mij
  • Weet je wel hoe veel ik van je hou?
  • Het is heus niet altijd eenvoudig
  • Om een mannetje te zijn
  • Bijvoorbeeld als je iets wilt pakken
  • En je kunt er net niet bij
  • Vroeger was het gemakkelijk
  • Toen werd je opgetild
  • Gereden en gedragen
  • Nu moet je ernaar vragen als je echt iets wilt

Terug